De weg naar lekker over de kop of naar de top

De weg naar lekker over de kop of naar de top

Een Olympische turnster kun je niet direct vergelijken met een turnster die traint bij de lokale turnclub. Voor de een staat het leven in het teken van de sport en voor de ander is sporten onderdeel van het leven. Maar daartussen zijn nog vele verschillende lagen te identificeren en dat is hartstikke fijn en belangrijk, want op die manier kan de sporter binnen een passend kader aan de slag, zich ontwikkelen en daar op eigen niveau enorm veel plezier aan beleven. Maar welk kader is dan passend voor welke kind en in hoeverre kun je dat op jonge leeftijd al inschatten voor de langere termijn?

Individueel aanpassen

Idealiter werken coaches, ouders/verzorgers en kinderen samen om dat passende plekje na te streven. Voor de een is dat bewust extra uitdaging, voor de ander is dat de druk wegnemen. Voor de een is dat extra trainingsuren, om energie in kwijt te kunnen en ambities na te streven, voor de ander is dat laagdrempeliger aan het einde van de straat. Voor de een is dat presteren op school en in de turnhal, voor de ander is het schoolprogramma belastend genoeg en biedt sport in spelvorm ontspanning. Voor de een is dat inzetten op meer succesbeleving op de korte termijn en voor de ander inzetten op het proces voor de langere termijn. En alle verschillen die tussen deze uitersten vallen.

Bij die verschillende lagen zijn verschillen in trainingscultuur, intensiteit en mentaliteit.Trainen voor internationale toernooien vraagt logischerwijs een andere aanpak dan trainen voor een springwedstrijd binnen de regio. Want hoe hoger het niveau wordt, hoe hoger de verwachtingen zijn. En dat is zeker niet per definitie slecht, maar het kader moet wel passen bij het kind en de thuissituatie. Doordat de turnsport aan leeftijden en niveaus is verbonden, worden daarmee al jong keuzes gemaakt. Maar in hoeverre kun je weten wat past bij een meisje van 8 en waar zij gelukkig van zal worden?

Is maatwerk mogelijk?

Het zou natuurlijk fijn zijn als meisjes ruimte krijgen om (op) te kunnen groeien binnen de sport. Om te ondervinden en te onderzoeken hoe leuk turntrainingen zijn, wat een passende intensiteit is, hoe groot de motivatie is en hoe belastbaar ze is, fysiek en mentaal. En natuurlijk ook aan de andere kant, hoe belangrijk tijd met vriendinnetjes is, hoe goed het gaat op school en wat haalbaar is vanuit de thuissituatie.

Wat als kinderen, ouders en coaches gezamenlijk ook gedurende het seizoen de koers nog wat zouden kunnen wijzigen? Zoals meer of minder trainen, op hoger of lager niveau wedstrijden turnen, meer of minder uitdagingen aangaan, meer of minder wedstrijden turnen en daarmee meer ruimte creëren voor de behoeften van dat moment.

Zo kunnen soms kinderen wat langer kind zijn, worden niveaukeuzes niet gemaakt voor de lange termijn en is er ruimte voor school of sociale behoeften. Het turntalent dat pas twee jaar later naar vijf keer per week trainen gaat. Of juist de breedtesporter die niet per definitie op hoog niveau wilt excelleren, maar wel drie keer per week zou willen turnen en trainen.

In de opzet van het nieuwe KNGU-wedstrijdsysteem voor de middenbouw, zijn er alleen nog landelijke wedstrijden voor meisjes die uitkomen in niveau 1. Echter ben ik voorstander van het behoud van landelijke wedstrijden voor de niveaus daaronder, zoals niveau 2 en niveau 3; in deze afbeelding omschreven als regionale, nationale & (inter)nationale wedstrijdsport. Op deze manier blijft "de magie" van Nederlands Kampioenschappen behouden, sluiten Bovenbouw en Middenbouw qua wedstrijdprogramma meer op elkaar aan, ontstaat er geen kloof tussen niveau 1 (topsport) en niveaus daaronder, treffen turnsters en teams buiten de regio nieuwe weerstand en kunnen turnsters met voldoende (trainings)ervaring op zak ook genieten van de landelijke wedstrijdspanning.

Zo’n op maat benadering klinkt wellicht best interessant, maar heeft natuurlijk ook praktische bezwaren. Deze benadering vraagt veel flexibiliteit van de coach, van de club, van turnclubs onderling (niet alle clubs bieden alle niveaus) en het wedstrijdsysteem en dat is wellicht onhaalbaar. Maar wellicht is het interessant bij de middenbouw als er gedurende het seizoen op één moment mag worden gewisseld van niveau (& team) en er bij de bovenbouw meer dispensatiemogelijkheden zijn binnen het promotie-degradatiesysteem? We kennen tenslotte allemaal wel een turnster die worstelt met een blessure en graag een niveau lager zou willen doen. Of die turnster die gaat studeren en nog slechts twee keer per week kan trainen. Of een meisje dat meer gaat trainen en dus ook meer stapjes maakt.

Op deze manier kan er met sporters, ouders & coaches worden bekeken welk kader een passend plekje biedt, maar blijft er gedurende een seizoen en “loopbaan” flexibiliteit om te kiezen voor een andere richting. Soms een niveau omhoog, maar waarbij naar beneden ook niet perse als falen hoeft te worden ervaren. Trainen op een passend plekje, binnen een passend kader. Zo wordt plezier behouden en ontstaat er voor het ene kind een weg naar de top en kan het andere kind de rest van haar leven drie keer per week met plezier over de kop.

Nathalie van den Beemt is bedenker en ontwikkelaar van het Kleuren Turnen.

Ben je geïnteresseerd in deze gedifferentieerde, gevarieerde en leuke manier van leren bewegen en leren turnen? Bezoek dan ook eens de website www.kleurenturnen.nl en laat je inspireren!