Wel of niet kiezen voor een nieuwe turnclub?

Eerder gepubliceerd in Turnsupporter 43, oktober 2015

 

Je kind heeft talent, doorzettingsvermogen en ambitie. Het beste zou hij of zij op haar plek zijn bij een van de Nederlandse topclubs. Maar wat als zo’n vereniging niet in de buurt is? Dan kan het zijn dat je zoon of dochter zomaar ineens niet meer thuis woont, maar bijvoorbeeld in een gastgezin.

Aan het begin van het nieuwe turnseizoen zit de tribune van de club waar mijn dochter Eva traint altijd vol met nieuwe gezichten. Ouders die nog een beetje onwennig, maar toch ook wel met redelijk hoge verwachtingen, de training van hun zoon of dochter bijwonen. Drie jaar geleden was Eva ook een van die kinderen. Bij de club waar zij destijds turnde, was ze de enige turnster in haar leeftijdscategorie die 2e divisie turnde. Eva wilde verder kijken. Haar coach steunde het initiatief en zei tegen ons: ‘Volg je kind’. Ze ging. En wij gingen mee. Nog steeds is ze blij met haar keuze.

Ook Mieke (49) heeft een dochter (junior, 2e divisie) die in 2012 eenzelfde beslissing nam. ‘Door veranderingen in de
vereniging was mijn dochters motivatie sterk verminderd. We hebben toen samen besloten om over te stappen.’ Zij
kozen voor een grote club, waar ook aan topsport wordt gedaan. Ook al ligt die vereniging een flink eind rijden uit de buurt. ‘Bij haar oude club hebben ze tegenwoordig geen selectieturnsters meer. Dus het was een prima beslissing,’ zegt Mieke.

Als je besluit om over te stappen, kun je je als ouders soms wat ongemakkelijk voelen. Neemt de coach het ons niet kwalijk? Evelien (28) is trainster bij een kleine club. Zij voelt absoluut geen wrok naar vertrokken ouders en turnsters toe. Integendeel, ze stuurt graag talentvolle kinderen door. ‘Zo is er al eens een meisje geweest dat bij ons is begonnen, en later in de topsport is uitgekomen. Ik kan als trainster alleen maar trots zijn op mijn beslissing om zo
iemand door te sturen,’ vertelt ze. Wel ziet ze soms ouders die te hoge verwachtingen hebben. ‘Het is prima als ouders ook zelf verder kijken. Maar dan wel omdat het kind het wil, en niet omdat de ouders het ambiëren.’

Ik ken inderdaad een voorbeeld waarbij een overstap om die reden niet verliep zoals gehoopt. Het nog jonge meisje had bij onze club al moeite om mee te komen, maar met name de moeder wilde persé dat ze in de N1 bleef. Dat verkondigde ze ook luid op de tribune. Maar ook bij de nieuwe vereniging bleek dat niveau helaas te hoog gegrepen. Ik heb eigenlijk geen idee of dat meisje nu nog steeds turnt.

Maar ook als zowel ouder als kind een andere club ambiëren is het geen garantie tot succes. Zoals bij Patricia (39). Zij zette vorig jaar na veel wikken en wegen de overstap door. Ze had een discussie met de trainers over het niveau waarin haar dochter moest uitkomen. ‘De coach wilde haar een niveau lager inschrijven voor het nieuwe seizoen. Hier waren wij het niet mee eens, omdat onze dochter bij de Instap N1 bij de eerste tien was geëindigd op het NK. Ook mocht ze turnen in Ahoy tijdens Fantastic Gymnastics.’ De gedachte dat de faciliteiten bij een grotere bekende club beter zouden zijn, trok hen uiteindelijk over de streep. ‘Als ouder ben je trots en wil je graag je kind een kans
geven.’ Helaas kon Patricia’s dochter haar draai bij de nieuwe club niet vinden. ‘Ze ging steeds meer huilen op de trainingen en heeft in de N1 niet laten zien wat ze echt kan.’ Sinds kort traint haar dochter weer bij haar oude club. Dit seizoen doet ze een stapje terug en komt ze uit in de N2 van de Pupillen 2. ‘Of de oude trainers dus destijds
gelijk hadden weet ik niet,’ zegt Patricia. ‘Wel weet ik dat mijn kind toch haar oude turnvriendinnen miste. Daarnaast had ze het moeilijk op school. Ergens ben ik wel blij dat ze de “tijdelijke” overstap heeft gemaakt. Ze weet nu wat topturnen inhoudt en dat ze dat niet wil. Voor ons maakt het niet uit. Wij zijn toch wel trots op haar.’
Patricia dacht destijds dat de oude club het haar kwalijk nam dat haar dochter naar een andere turnverening “overliep”. ‘Daarom hielden we afstand. Achteraf bleek dat de trainers niet boos waren, maar het gewoon heel jammer vonden. om haar kwijt te raken,’ vertelt ze.

Soms valt een overstap veel beter uit voor je kind dan je had verwacht. Zoals bij Dorine (51). Haar dochter was destijds instap N2 toen ze moest nadenken over een nieuwe turnclub. Dorine: ‘Ze werd tweede op het NK en moest daarom promoveren. De vereniging waar ze toen bij zat had niet voldoende trainingsuren voor het hogere turnniveau.’ De trainers gingen daarom voor haar op zoek naar een extra trainingsdag bij een eredivisieclub. ‘Maar na een jaar de verenigingen te hebben gecombineerd, besloten we om helemaal over te stappen. Uiteraard was dit best een lastige keuze. Want het betekende niet alleen het veilige nest loslaten, maar ook een aanzienlijk grotere
reisafstand.’ Achteraf is het de juiste keuze geweest. ‘Ze is bij de nieuwe vereniging echt op haar plek.’ Ook bij Janske (39) ging de overstap gepaard met veel twijfels. Ruim driekwart jaar duurde het voor haar dochter de stap ook daadwerkelijk durfde te maken. ‘Ons kind gaf al langer aan dat ze uitdaging miste. Ze was de enige die Pupil 1 N2 turnde.’ Bij de club waar ze uiteindelijk ging kijken, werd ook N1 geturnd. ‘Dat vonden we wel spannend. N2 voelde toch veilig.’ Voor Janske was het dan ook “even slikken” toen de overstap uiteindelijk een feit was. ‘Weg bij de vertrouwde club, veel meer uren trainen en veel intensiever.’ Janske geeft toe dat de gevoelens die loskomen als je twijfelt “lastig” zijn. ‘Vooral voor een kind,’ voegt ze daar aan toe.

Soms hebben zowel de ouders als turnsters zelf geen keus. Dan wordt er een beslissing voor je genomen. Dat overkwam dit jaar Catharina (40). Vijf jaar lang turnde haar dochter bij een grote vereniging met selectieturnsters
in de ere, 1e en 2e divisie. ‘Met veel plezier, dus we hebben nooit overwogen om weg te gaan.’ Toch zou haar dochter (vorig seizoen Pupil 2 N2) in het nieuwe turnjaar worden ingedeeld in de N3. ‘Door blessures in de laatste maanden kon ze niet presteren op wedstrijden,’ legt Catharina uit. ‘Wij hadden het gevoel dat ze hierop werd afgerekend.’ Catharina had er geen problemen mee dat haar kind een wedstrijdniveau lager werd ingedeeld. ‘Maar we wilden
wel dat ze op eenzelfde niveau kon doortrainen. Dat bleek onmogelijk. Er zou geen plaats voor haar zijn.’ Haar dochter moest naar een andere groep, met veel minder trainingsuren. Dat vonden ze allebei niet acceptabel.
‘Gelukkig is ze met open armen ontvangen bij een leuke nieuwe club,’ vertelt Catharina. ‘En de relatie met haar oude coach is ook nog prima. Er was begrip voor.’ Catharina wil ouders met jonge turnsters toch wel een beetje waarschuwen. ‘Ik heb vaak gezien dat coaches er kinderen tussen uithalen waar ze iets in zien. Dat was bij mijn
dochter destijds ook zo. Maar als er niet uitkomt wat ze hadden verwacht, worden die kinderen een soort van
“gedumpt”. En dat gaat niet altijd op een prettige manier.’ Wat dat betreft, is en blijft turnen een harde sport. Ik
heb de afgelopen jaren al best veel turn(st)ers zien komen. Maar er ook veel weer zien vertrekken, om allerlei
redenen. Het blijft dus vooralsnog gissen wie van de ouders op de tribune er volgend turnseizoen nog zit.