Relaxte ouder of stresskip?

Als je dochter of zoon op hoog niveau turnt, ontkom je er niet aan: wedstrijden. Terwijl het ene kind stijf staat van de zenuwen, voelt het andere nauwelijks spanning. En zo is het met ouders ook: de een fietst relaxed door het wedstrijdseizoen, de ander kan nauwelijks zonder hartkloppingen naar de turnoefening van zijn kind kijken. Kortom: wedstrijden kunnen behoorlijk stressvol zijn. Hoe overleef jij het wedstrijdseizoen?

Eerder gepubliceerd in Turnsupporter 64, april 2018

 

Ik grap weleens tegen mijn dochter Eva dat ik een “slechte turnouder” ben. Ik kan gewoon moeilijk tegen stress. In welke situatie ook. Dus eigenlijk vind ik het wel lekker als in juni het hele wedstrijdencircus weer voorbij is, en mijn kind zich weer volledig kan focussen op de trainingen.

Ik ben daarin niet de enige, zo blijkt wel uit reacties van turnouders. ‘Het is een mooie sport, maar ik kan er nooit rustig naar kijken,’ vertelt Lara. Haar dochter is Pupil 1 N1. ‘Elke wedstrijd heb ik er weer een paar grijze haren en een rimpeltje extra bij.’ Of Lennie die zegt: ‘Ik zit met klamme handen op de tribune en heb plaatsvervangende buikpijn.’ De balkoefening van haar dochter (Pupil 2 N2) bekijkt ze altijd alleen door het schermpje van haar smartphone. ‘Dat maakt het net iets minder eng lijkt het wel.’ Dat laatste trucje wordt door meer ouders toegepast. ‘Ik film alles met bijna mijn ogen dicht,’ aldus Mirella. Deze moeder van twee turnsters (in de N2 en de 4e divisie) noemt wedstrijden ‘zenuwslopend’.

Toch hebben al deze ouders één ding gemeen: het plezier voor de sport wint het altijd van de zenuwen. ‘Het wedstrijdseizoen is tegelijkertijd ook elk jaar weer een feestje,’ zegt Lennie. ‘Voor mijn dochter om te laten zien wat ze kan en voor mij om haar te zien doen wat ze het liefst doet.’ Herkenbaar. Ook ik vind wedstrijden spannend én leuk tegelijk. Het is heerlijk om te zien hoe blij Eva is als ze voor het eerst een nieuw element turnt. Of als ze een podiumplek heeft. Ik probeer dan ook bij alle wedstrijden aanwezig te zijn. Helaas lukt dat niet altijd. Mijn jongste dochter speelt in professionele musicals, en is ook dit theaterseizoen weer op toernee in Nederland en België. Voor haar rijden we dus ook heel wat kilometers. Er zit dus niets anders op dan ons in de weekenden als gezin op te splitsen.

We zijn het intussen gewend, net als zoveel ouders met meerdere zonen en dochters. Lennie: ‘Wij hebben nog zes kinderen. Flexibiliteit is een groot goed hier in huis.’ Daar kan Mirella over meepraten. ‘Turnen beheerst ons leven zeven dagen in de week. Of mijn ene of mijn andere dochter staat in de turnzaal. Wij hebben vaak turnwedstrijden door het hele land. Zelf wonen we in Middelburg, dus we moeten altijd ver. Af en toe moeten we overnachten, omdat de afstand anders te groot is om de eerste wedstrijd van de dag te halen.’ Zelf denk ik met veel plezier terug aan de weekendjes die we met Eva hadden de afgelopen jaren. Voor het NK in Dordrecht, het Sidijk-toernooi en het NK teams. De ene keer in een hotel, de andere keer in een vakantiehuisje. Erg gezellig. Toch zijn die wedstrijden ver weg niet altijd prettig. Vooral niet in combinatie met files, wegwerkzaamheden of plotselinge sneeuwval. En hoe vervelend is het als jouw routeplanner een turnhal in the middle of nowhere niet herkent (en je rondjes blijft rijden)? Nou, heel vervelend, kan ik vertellen uit ervaring. De rit naar een wedstrijd kan daarom ook alles behalve relaxed zijn. Gisella, moeder van een turndochter (senior, 1e divisie), plant de route naar de wedstrijdzaal altijd op tijd. Soms al weken van tevoren. ‘Het rijden naar een plaats waar ik nog nooit geweest ben, bezorgt mij behoorlijk wat stress,’ vertelt ze. Meestal probeert ze iemand te vinden die voor haar wil rijden. ‘Als eerste vraag ik altijd mijn zoon. Maar als uiteindelijk niemand kan, moet ik toch zelf achter het stuur.’ Gisella vertrekt ruim op tijd van huis voor het geval ze een afslag mist. Verder heeft ze haar TomTom en haar mobiel met Google Maps aan staan. ‘Dat is toch bizar?’ merkt ze op. ‘Maar zodra we veilig zijn aangekomen, valt de spanning weg. We hebben het gered.’

Naast je eigen stress, kunnen ook familieleden, vrienden of klasgenoten het je soms lastig maken. Feestje op de dag van een wedstrijd? No way dat Eva daar dan heen wil. Niet iedereen begrijpt dat. ‘Ik verzet zelfs het kinderfeestje van mijn eigen turndochter als het moet,’ vertelt Lara. En door het turnen staat ook de datum voor de communie van haar zoontje nog niet vast. ‘Mijn zoon doet bijna zijn communie. We hebben toestemming gevraagd aan de pastoor om nog een tweede datum als optie te houden, want ik weet niet hoe mijn dochter zit qua planning met haar turnwedstrijden,’ vertelt ze. ‘Mensen verklaren me voor gek. Maar turnen is niet zomaar een sport, het is het leven van onze dochter.’ Ook Lennie “skipt een feestje als het nodig is”. ‘Mijn dochter heeft zelfs weleens Sinterklaas laten zitten. Voor haar draait alles om turnen en wij buigen mee, binnen onze eigen grenzen.’

Soms is je agenda leeg, heb je alles goed gepland en dan gaat het tóch nog mis. Zo had Eva twee jaar geleden midden in het wedstrijdseizoen een botbreuk. En een jaar geleden was ze ziek op de kwartfinale. Niets zo vreselijk dan je kind duizelig op de balk te zien staan (want, ja, natuurlijk wilde ze persé gaan). Einde wedstrijdseizoen. De afgelopen jaren hebben mij in elk geval geleerd te relativeren. Oké, ik zal nooit helemaal relaxed op een tribune naar een turnwedstrijd kunnen kijken (o, wat benijd ik de ouders die dit wel kunnen!), maar ik weet inmiddels ook dat het niet het einde van de wereld is als een wedstrijd niet gaat zoals je kind en jij hopen. Het jaar erop is er weer een nieuwe kans!