En dan is je kind opeens senior

Je kunt niet anders dan op wedstrijden met bewondering kijken naar de oudere turners en turnsters. Niet alleen vanwege de ingewikkelde elementen die deze jongens en meiden uitvoeren, maar ook omdat zij degene zijn die na al die jaren nog steeds turnen. Welke rol hebben ouders gespeeld bij het bereiken van deze prestatie?

Eerder gepubliceerd in Turnsupporter 71, november 2018

Mijn dochter Eva wordt dit turnseizoen zestien. Dat betekent dus dat ze debuteert bij de Senioren. Toen ze als klein ukkie begon, had ik nooit kunnen bedenken dat ze bijna tien jaar later nog steeds zo intensief zou turnen. Eva maakte het afgelopen decennium een blessure mee, een mentale dip, afscheid van turnvriendinnen en geen medewerking van school. Er waren genoeg redenen om te stoppen, maar ze bleef turnen.

Nu ze Senior is, vraag ik me af: is mijn rol als ouder de juiste geweest? Had ik bepaalde zaken toch niet anders moeten aanpakken? Want dat ik niet altijd de ideale turnouder ben, weet ik wel zeker. Vooral de eerste jaren zat ik bij wedstrijden met samengeknepen billen op de tribune. Vol verwachting. Achteraf gezien had ik toen relaxter moeten zijn. Want wat zegt nou zo’n wedstrijd als je kind Instap of Pupil is? Ze komen nog maar net kijken. De meeste turnsters waar Eva toen tegen moest, zijn inmiddels gestopt.

Ook vond ik het lastig beslissingen te nemen. Eva was negen toen ze naar een grotere club ging. Daar hebben we (en dan vooral ik) lang over getwijfeld. Deden we er wel goed aan? Achteraf kan ik beoordelen dat het voor Eva de juiste beslissing was. Ze kreeg er een mooie turnhal, veel leeftijdsgenootjes en goede coaches voor terug. ‘Aarzel niet om over te stappen,’ is ook wat Erica (50) ouders van jonge turnstertjes mee wil geven. Zelf heeft haar dochter (Senior, 2e divisie) pas vorig jaar gekozen voor een nieuwe club. ‘Als we het over mochten doen, zouden we eerder overstappen. Turnen is namelijk zo belangrijk voor haar. Ik denk ook dat ze dan verder was gekomen.’ Terugkijkend, had ook Janet (46) haar dochter (Senior, 3e divisie) eerder naar een grote club laten gaan. ‘Haar trainster was goed, maar heel behoudend. Liever radslag arabier dan arabier flikflak. Als mijn dochter eerder was overgestapt, had ze meer kunnen bereiken.’

Op advies van Eva’s coach hebben wij destijds zelf contact gezocht met een andere vereniging. Tegenwoordig zijn er echter ook steeds meer Talentendagen. Zo is de drempel minder groot om over te stappen. Janet: ‘Ik zou ouders willen adviseren om naar talentendagen te gaan bij de grotere clubs. Vooral als je kind wil stoppen vanwege te weinig uitdaging.’ Desirée (45), moeder van een turnster in de 1e divisie Senior, wil ouders van jonge turnstertjes vooral op het hart drukken zich niet inhoudelijk met de sport te bemoeien. ‘Vroeger wilde ik altijd precies weten wat mijn dochter ging doen op een wedstrijd. Welke serie op vloer, en wist ze zeker dat brug wel ging lukken? Ze werd daar juist extra gestrest van. Niet doen dus.’

Goede tip. Bij wedstrijden is gewoonweg aanwezig zijn om je kind te steunen en voor taxi spelen vaak voldoende. Ik heb me nooit bemoeid met Eva’s wedstrijden. Welke elementen ze turnt, wat ze wel of niet gaat doen, dat liet ik over aan haar en de coach. En dat doe ik nog steeds. Toen zij echter een aantal jaren geleden tijdens een oefening blokkeerde en me na afloop vertelde een bepaald element niet meer te durven, heb ik wel ingegrepen. Ze gaf aan absoluut niet te willen stoppen met turnen. We hebben toen contact gezocht met een mental coach. En dat is iets wat ik elke ouder in een dergelijke situatie kan aanraden. Angsten gaan namelijk negen van de tien keer “niet zomaar over”. En ook voor ouders zelf is het heel leerzaam.

Soms moet je kind wel noodgedwongen stoppen. Vooral blessures zijn de boosdoener, of het zojuist genoemde mentale probleem, maar ook dat schrijnende geval van een vechtscheiding (en de dure sport niet meer kunnen betalen) is me bijgebleven. Ook dit talentvolle meisje zei de sport vaarwel.

Natuurlijk is er altijd nog een grote groep kinderen dat zelf aangeeft te willen stoppen. En niet elke vader of moeder is blij met die keuze. ‘Dwing je kind niet. Turnen moet leuk blijven,’ aldus Erica. ‘Hoeveel talent je kind ook heeft, als hij of zij niet meer wil, accepteer dat dan.’  Maar dat laatste gaat niet altijd zonder slag of stoot. Waarschijnlijk pink ik ook een traantje weg op de dag dat Eva ooit stopt. Mijn ervaring is dat vooral ouders met kinderen uit de talenten- of eredivisie moeite hebben met het loslaten van de sport. Ze hebben veel geïnvesteerd in hun dochter of zoon. Jarenlang draaide in het gezin alles om turnen. Bovendien, als je kind op een speciale LOOT-school zit, dan heeft dat gevolgen. Want mag je kind nog wel op die school blijven?

Nu Eva tot de Senioren behoort, vraag ik me wel af in hoeverre mijn rol als turnouder verandert. De invloed van de coaches en haar turnvriendinnen lijkt alleen maar toe te nemen. ‘Nu de meiden ouder worden, merk ik dat de turnvriendschappen hechter worden,’ valt ook Erica op. ‘Het is echt anders dan de vriendschappen op jongere leeftijd.’ Wellicht is die innige vriendschap een belangrijke reden om te blijven turnen, ook als het tegenzit.

Ik ben benieuwd naar het nieuwe turnseizoen. Hoe het ook loopt, aan het eind van deze periode zullen we weer samen bespreken of mijn dochter doorgaat of niet. Vindt ze turnen nog steeds leuk genoeg? Blijven de trainingen en de bijbehorende reistijd te combineren met school? Wordt het niet te belastend voor haar lichaam? Vooralsnog was het antwoord altijd “Ja, ik wil”. En dat verwondert me niets; nog steeds zie ik bij haar de passie die ze ook als zesjarige al had.