Dromen over de Olympische Spelen mag

Eerder gepubliceerd in Turnsupporter 45, december 2015

 

Zorg wel voor haalbare doelen en plezier

Ook zo genoten van het WK turnen? Grote kans dat jouw kind ook droomt van deelname aan een EK, WK of zelfs de Olympische Spelen. Hoe ga je daar als ouder mee om? Moet je meegaan in de Olympische droom van je zoon of dochter?

In de vriendenboekjes vulde mijn dochter Eva bij de vraag ‘wat wil je later worden?’ altijd ‘turnster op de Olympische Spelen’ in. En hoewel zij inmiddels weet dat het moeilijk – of haast onmogelijk- is de Olympische Spelen te halen, blijft erover dromen fijn.

De 9-jarige dochter van Lea (40) turnt in de N2 en wil de eerste vrouw worden die Olympisch goud wint voor Nederland. Lea is er van overtuigd dat dit haar gaat lukken. Zelf doet ze ook het nodige. ‘Ik zorg voor een goede balans in routine, voeding, inspanning, ontspanning, rust, plezier.’ Lea is van mening dat iedereen zijn dromen moet proberen te realiseren. Helaas botst dit nogal met de ideeën van haar ex. ‘Zijn woorden waren dat zij met haar Olympische droom op oudere leeftijd geen brood kan verdienen. Ik wist niet wat ik hoorde. Helemaal omdat hij deze woorden ook met haar deelde.’

‘Kinderen dromen graag en wat is het heerlijk om ze enthousiast te horen spreken over hun sport,’ zegt Sascha Haans, sportpsychologe in Amsterdam. Volgens haar droomt iedereen wel eens over iets wat ze willen bereiken. ‘Dromen hoeven daarom ook niet per se realistisch te zijn, maar kunnen je wel enorm motiveren, inspireren en plezier geven. Als je de Olympische Spelen als “droomdoel” benadert, kan het geen kwaad en geeft het juist houvast voor de tussenliggende doelen.’ Als je met je kind turnen op tv kijkt en de Olympische droom komt ter sprake, mag je dus best lekker met je kind mee dromen. Wat je verder kunt doen als ouders is “realistisch stimuleren”. ‘Daarmee bedoel ik dat ouders veel invloed hebben op de bronnen waar je kind de motivatie vandaan haalt en hoeveel doorzettingsvermogen het heeft om de top te bereiken.’ Volgens de sportpsychologe is het als ouder zaak om je kind te laten focussen op zichzelf, en op de handelingen die goed gaan. ‘Dit geeft ze meer plezier en kan het zelfvertrouwen laten groeien. Daarom zijn haalbare doelen belangrijk. Dus wil je je kind blijven stimuleren dan is het belangrijk te letten op zaken die plezier geven.’

Dat is waar ook Lieve (43) zich op focust. Zij heeft een dochter met de NOC-NSF status (Pupil 1 N1). Maar ondanks haar grote talent praten zij thuis eigenlijk niet over de Olympische Spelen. ‘De Olympische Spelen zijn nog een ver-van-ons-bed show,’ vertelt Lieve. ‘Er kan nog zoveel gebeuren. We hebben het meer over de eerstvolgende wedstrijd en over wat er tijdens de trainingen gebeurt, zoals lol met haar turnvriendinnetjes. Het belangrijkste is dat het mentaal niet te zwaar wordt, en dat ze geen blessures krijgt.’

Wat ouders met een talentvol kind vooral moeten laten, is zich richten op cijfers en resultaten. ‘Dat geeft al snel een gevoel van druk,’ vertelt sportpsychologe Sascha Haans. Wil je de Olympische droom werkelijkheid laten worden, dan moet je dus niet doen wat Herman (47) en Monique (42) vorig jaar zagen na een turnwedstrijd. ‘Een meisje kreeg geen ijsje, omdat ze dat volgens haar ouders niet had verdiend. Ze was niet bij de eerste drie geëindigd. Dit werd haar letterlijk zo verteld.’ Met hun eigen dochter (Pupil 1 N3) pakken ze het heel anders aan. ‘Ze is nog jong en heeft vele dromen, waaronder meedoen aan de Olympische Spelen. Wij vinden het momenteel belangrijker dat ze plezier heeft in wat ze doet, en in een ongedwongen sfeer, dan dat we actief met haar droom aan de gang gaan.’ Als Herman en Monique hun dochter wijzen op de kleine kans, antwoordt zij dat “ze daar staat over een paar jaar”. ‘De inzet en wil is er, en dan kunnen er rare dingen gebeuren. Tegelijkertijd zijn wij nuchter wat kansen betreft.’

Sophie (58) is de moeder van Bart Deurloo. Voor haar zoon komen de Olympische Spelen inmiddels wel heel dichtbij. ‘Eerst is zo’n Olympische droom ver weg, maar dromen mag je hebben. Natuurlijk zijn we heel realistisch en zagen de Olympische Spelen als iets ondenkbaars. Maar eerlijk gezegd was dat ook zo met de eerste EK en WK waar Bart aan meedeed.’ Sophie is wel altijd meegegaan in Barts Olympische droom. ‘Als je als ouders niet meegaat in de droom en er dus niet achter staat, dan zal het kind hoogstwaarschijnlijk niet het maximale kunnen bereiken. Er komt zoveel meer bij kijken dan turnen alleen. Wij hebben inmiddels wel de ervaring om in de thuissituatie niet over de prestaties van Bart te praten als anderen erbij zijn. We praten dan over andere dingen.’ De tip van Sophie Deurloo aan ouders is om je kinderen te blijven stimuleren. ‘Maar nog belangrijker: zorg dat ze er plezier in blijven houden.’

Marijke (51) heeft een dochter met een OJTS status. ‘Onze dochter weet zelf dat de kans dat ze naar de Olympische Spelen gaan niet groot is. Maar ze heeft heel veel plezier in turnen. Ze maakt op jonge leeftijd al hele bijzondere dingen mee, zoals wedstrijden en stages in het buitenland. Ze kan omgaan met tegenslag, vreugde en verdriet. Ze weet dat je keihard moet werken om verder te komen. Dat zijn lessen waar ze de rest van haar leven wat aan heeft. Ongeacht of ze nu wel naar de Olympische Spelen gaat of niet.’

Ik merk inderdaad dat ook Eva, mede door het turnen, goed met tegenslagen omgaat. Dus ook al haalt mijn dochter nooit de Olympische Spelen, het turnen brengt haar al zoveel. Eva stelt voor zichzelf steeds vaker haalbare doelen, zoals dat ene moeilijke element leren op balk, bij de eerstvolgende wedstrijd een nieuwe oefening draaien op brug of het podium halen op het NK. Toen ze dan ook dit jaar in haar categorie een medaille haalde op het NK was ze superblij. Daar was geen Olympische plak voor nodig.

NK’s heeft  Sophie’s zoon Bart inmiddels al genoeg geturnd. Rio 2016 zou geweldig zijn. Maar hoewel de Olympische Spelen voor haar zoon dichter bij zijn dan ooit, durft Sophie Deurloo nog niet teveel op Barts deelname te hopen. ‘Onze grootste angst is blessures. Ik kijk nooit te ver vooruit, eigenlijk per dag of per week,’ vertelt ze. ‘Alles in de topsport is een groeiproces. Je kan van te voren niets voorspellen. Het bestaat uit vallen en opstaan.’

Gepubliceerd in Turnsupporter 45, februari 2016